Klein Greetje kwam dikwijls bij grootmoe,
wel zes, zeven keer op een dag,
ze vindt het bij grootmoe zo heerlijk,
omdat ze daar alles van mag.
Ze rommelt in kasten en laden,
dat vindt ze zo heerlijk en fijn,
dan ziet ze een pracht van een parelsnoer,
ach grootmoeder, geef dat aan mij!
Grootmoeder ziet haar aan met tranen in haar oog,
Greetje, mijn kind, kom even bij me staan,
jij vraagt aan mij, waarvan ik niet kan scheiden,
maar later als je groter bent,
krijg jij dat parelsnoer!
wel zes, zeven keer op een dag,
ze vindt het bij grootmoe zo heerlijk,
omdat ze daar alles van mag.
Ze rommelt in kasten en laden,
dat vindt ze zo heerlijk en fijn,
dan ziet ze een pracht van een parelsnoer,
ach grootmoeder, geef dat aan mij!
Grootmoeder ziet haar aan met tranen in haar oog,
Greetje, mijn kind, kom even bij me staan,
jij vraagt aan mij, waarvan ik niet kan scheiden,
maar later als je groter bent,
krijg jij dat parelsnoer!
